Binnendeuren

Algemeen

 
© Belgian Woodforum
www.goedefroo-architecten.be
 

Massief hout, houten plaatmateriaal of kaderwerk: de meeste binnendeuren bestaan volledig of gedeeltelijk uit hout. Met het oog op hun toepassing zijn talloze uitvoeringen mogelijk. Zo moet een bordesdeur, die een woonruimte van een gemeenschappelijke ruimte zoals in een appartementsblok scheidt, aan zwaardere eisen voldoen dan een gewone binnendeur tussen keuken en woonkamer.


Massief houten of vlakke binnendeuren

  • Vlakke binnendeuren hebben meestal een kader uit naaldhout. De deurvleugel heeft een kern uit karton, vezelplaat, spaanplaat of kurk – vaak met een honingraatmotief. Daarop kleeft aan weerszijden een hardboard uit fineer, laminaat of multiplex, afgewerkt met plamuur of lak. Op de zijkanten zijn vaak massieve latten van een tropische houtsoort gelijmd. In het deurvlak komt soms (decoratief) lijst- of glaswerk.
  • Massief houten binnendeuren zijn opgebouwd uit regels en stijlen, met daartussen platen, die stuk voor stuk bestaan uit massief hout. Ook deuren van plaatmateriaal zoals multiplex of MDF worden beschouwd als massief houten deuren. MDF frezen gaat gemakkelijk – ook in het deurvlak.
    Omdat de meeste binnendeuren terechtkomen in ruimtes met een stabiel vochtgehalte, zijn bijna alle houtsoorten geschikt. Kleur en tekening bepalen de keuze. Massief houten binnendeuren lenen zich uitstekend tot uiteenlopende afwerkingen: transparant, dekkende verf of vernis.

Standaardmaten van binnendeuren
Standaard is een binnendeur 201,5 cm hoog en 63, 73 of 83 cm breed. De dikte varieert afhankelijk van het materiaal. Toch zijn in de handel ook talloze afwijkende maten verkrijgbaar.

Ophangmiddelen
Bij de meeste binnendeuren ‘hangt’ de deurvleugel in hengels aan het binnenkader. Dat kunnen scharnieren, paumellen of fits zijn. Taatsdeuren werken anders. Hierbij draait de deur op twee stiften: eentje in de dorpel en eentje in het bovendeel van de deurkast. Schuifdeuren hangen meestal in een geleidingssysteem met wieltjes in een rail.

Opdekdeuren versus inlegdeuren

  • Opdekdeuren hebben een vleugel die net iets groter is dan de opening van de deurlijst. De vleugel ‘overlapt’ de deuropening dus. Voordelen? De deur laat minder tocht door en is ook gemakkelijker te plaatsen.
  • Inlegdeuren worden ook stompe of sponningdeuren genoemd. De deurvleugel past dan precies in de deuromlijsting. Dit deurtype is iets esthetischer, omdat het er egaler uitziet.

Technische normen en plaatsing van binnendeuren
Afmetingen, sterkte, mechanische weerstand: met het oog op hun toepassing en gebruik moeten binnendeuren beantwoorden aan uiteenlopende technische vereisten. Daarvoor preciseerde het Technisch Comité 33 van het Europees Normalisatie Comité een aantal normen en specificaties in de STS 53 (Technische Specificaties/Spécifications Techniques). Die geeft ook voorschriften voor een correcte plaatsing van binnendeuren.
Meer over de STS 53

   
© www.kaufmann.archbuero.com
 
  © Belgian Woodforum
 
  © Belgian Woodforum
 

Top

STS 53: technische normen voor binnendeuren

De STS 53-normen voor binnendeuren zijn gebaseerd op onderzoek van twee erkende labs: het Technisch Centrum der Houtnijverheid en het Testcentrum voor Gevelelementen. Die bogen zich over de volgende aspecten:

  • Draairichting
    Links- of rechtsdraaiend? De draairichting van deuren werd in heel wat landen anders benaderd. De STS 53-norm vertrekt van de richting waarmee u de deur sluit:
    - Een linkse deur sluit in tegenwijzerzin;
    - Een rechtse deur sluit in wijzerzin.
  • Nauwkeurigheid qua afmetingen en haaksheid
    Een houten deur zet uit of krimpt bij schommelingen van de temperatuur en luchtvochtigheid. De D-klasse drukt uit met welke maximale afwijking dat gebeurt. Voorbeeld? De maatafwijkingen onder invloed van klimaatschommelingen zijn niet groter dan 1 mm bij een deur van klasse D2.
  • Vormstabiliteit
    Torsie, hoogte- en breedtekromming, en oneffenheden bepalen de vlakheid van een deur. En zijn ook beïnvloedbaar door de temperatuur en luchtvochtigheid. De V-klasse duidt aan hoe vormstabiel een deur is bij klimaatschommelingen in een woning.
  • Prestatieniveau
    Normaal gebruik mag het uitzicht en de werking van een deur niet schaden. Daarom schrijft de architect, aannemer of koper voor elke deur een bepaald prestatieniveau voor. Dat hangt af van een aantal factoren zoals:
    - het gebouwtype (bijv. residentieel of openbaar, school, kazerne);
    - de aard van de ruimten die de deur scheidt (bijv. badkamer, stookplaats).
  • Sollicitatieniveau
    Een binnendeur scheidt vaak twee ruimtes met een ander klimaat: de gang en de woonkamer bijvoorbeeld. Dat differentieelklimaat doet de deur soms kromtrekken. De H-klasse (Ha, Hb, Hc, Hd of He) drukt uit hoe gevoelig een deur hiervoor is. Een goede ventilatie tussen de lokalen kan kromtrekking voorkomen.
  • Mechanische belasting
    De mechanische weerstand drukt uit hoe goed een deur bestand is tegen onvoorziene belastingen zoals schoppen of forceren. Afhankelijk van het prestatieniveau waaraan de deur moet voldoen, wordt het risico op beschadiging gemeten en uitgedrukt in vier belastingsklassen: M1, M2, M3 of M4. Vier proeven testen de weerstand:
    - verticale hoekbelasting bij openstaande deur;
    - statische torsie bij openstaande deur;
    - schokken met een zacht en zwaar lichaam bij gesloten deur;
    - schokken met een hard lichaam bij gesloten deur.
  • Gebruiksfrequentie
    Een binnendeur moet tijdens haar volledige gebruiksduur perfect blijven openen en sluiten. Daarom schrijft de STS 53-norm met het oog op het gebruik een F-klasse voor. Die moet bijvoorbeeld hoger liggen bij een winkeldeur dan bij een slaapkamerdeur.

STS 53: plaatsingsvoorschriften voor binnendeuren

Om een binnendeur correct te plaatsen, moet het gebouw droog en winddicht zijn. Een gebouw is pas droog als de luchttemperatuur er tussen 15 en 25 °C én de luchtvochtigheid tussen 40 en 70% blijven, gedurende zeven opeenvolgende dagen. Anders dreigt het houten binnenschrijnwerk op te zwellen, los te komen of te corroderen.

Daarnaast geeft de STS 53-norm nog een aantal voorschriften voor de plaatsing van deurgehelen:

  • De deurlijst of het deurkozijn moet zo dicht mogelijk bij het bevestigingsysteem van de ruwbouw aansluiten.
  • Heeft het deurwerk een dwarsregel van meer dan 1 meter? Dan is de middenbevestiging aan het linteel verplicht. Het bijzondere bestek of de plannen preciseren hoe dat moet gebeuren.
  • De voorschriften van het bijzondere bestek voor het haaks stellen en op niveau brengen van de binnendeur, moeten strikt worden gevolgd.
  • De eigenschappen van het toebehoren moeten vooraf duidelijk worden afgesproken, zodat de deuromlijsting en de deurvleugel na de plaatsing één duurzaam geheel vormen.
  • Tussen de deuromlijsting en de deurvleugel mag de speling bij een afgewerkte deur in gesloten toestand:
    - niet groter zijn dan 3 mm aan de zichtbare bovenkant en zijkanten;
    - niet groter zijn dan 5 mm van de afgewerkte vloer onderaan.

    Voor brandwerende deuren zijn meestal afwijkende spelingen voorgeschreven. Die staan dan vermeld in de Benor-ATG-goedkeuring.